«

»

Vormen van bestemmingsreserve voor VPL-aanspraken uit eigen pensioenvermogen niet in strijd met pensioenwet

PensioenHet geschil

Pensioenfonds Slagers heeft een bestemmingsreserve gevormd voor VPL-aanspraken uit het eigen pensioenvermogen. Volgens DNB is door deze reservevorming sprake van een verboden premiekorting, zou de norm van evenwichtige belangenbehartiging zijn geschonden en zou er geen sprake zijn van integere bedrijfsvoering. DNB geeft een aanwijzing die onder meer inhoudt dat het fonds de VPL-bestemmingsreserve gedeeltelijk moet laten vrijvallen ten gunste van het eigen pensioenvermogen.

Pensioenfonds Slagers stelt beroep in tegen deze aanwijzing bij de Rechtbank Rotterdam. Volgens de rechtbank heeft het fonds het gelijk aan zijn zijde en de aanwijzing wordt vernietigd. DNB stelt hoger beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Op 15 februari 2017 heeft het College uitspraak gedaan en bevestigt het oordeel van de rechtbank: het pensioenfonds heeft niet gehandeld in strijd met de Pensioenwet.

Oordeel over de premiekorting

Het College stelt voorop dat het een pensioenfonds is toegestaan reserves te vormen met het oog op toekomstige pensioenaanspraken zoals in het kader van een VPL-regeling. Door de aanwending van het eigen vermogen van Pensioenfonds Slagers voor het aanvullen van de VPL-bestemmingsreserve wordt geen premiekorting verleend, ook niet indirect. De regeling omtrent premiekorting in de Pensioenwet is daarom niet van toepassing op deze aanwending.

Oordeel over de evenwichtige belangenbehartiging

De wettelijke norm van evenwichtige belangenbehartiging duidt op een bepaalde mate van beleidsvrijheid die toekomt aan een pensioenfonds. Pensioenfonds Slagers heeft deze vrijheid niet overtreden, aldus het College. Daarbij acht het College van belang dat het verantwoordingsorgaan van het pensioenfonds heeft ingestemd met de besluitvorming van het bestuur.

Het College plaatst één kanttekening bij de eerdere uitspraak van de Rechtbank Rotterdam. De rechtbank had geoordeeld dat een pensioenfonds pas in strijd zou kunnen handelen met de norm van evenwichtige belangenbehartiging als de gemaakte belangenafweging “evident onredelijk” is. Dat is volgens het College een te afstandelijke maatstaf.

Oordeel over de integere bedrijfsvoering

Volgens DNB zou geen sprake zijn van een integere bedrijfsvoering, onder meer omdat Pensioenfonds Slagers de afspraken met de sociale partners over de uitvoering van de VPL-regeling in 2005 niet in een schriftelijke overeenkomst heeft vastgelegd. Dat ziet het College anders. DNB heeft voor het eerst in een sectorbrief uit 2012 kenbaar gemaakt dat in haar visie dergelijke afspraken in een schriftelijke overeenkomst moeten worden vastgelegd. Aan die sectorbrief is opvolging gegeven door het pensioenfonds. Aan het pensioenfonds kan niet worden tegengeworpen dat deze schriftelijke vastlegging niet al vóór de sectorbrief uit 2012 was gedaan.

Opmerking

De uitspraak van het College is belangrijk, want bevestigt de beleidsvrijheid die een pensioenfondsbestuur heeft. Die beleidsvrijheid bleek al eerder uit de uitspraak van het College inzake het geschil tussen Pensioenfonds Vereenigde Glasfabrieken en DNB over het beleggen in goud: ook daar onderstreepte het College het recht van een pensioenfonds om zelf beleid te voeren, waarbij de gemaakte keuzes in beginsel moeten worden gerespecteerd door DNB.

Ook blijkt uit deze uitspraak het belang van de rol van het verantwoordingsorgaan: een instemming of positief advies van het verantwoordingsorgaan is een belangrijke aanwijzing dat het pensioenfondsbestuur de belangen evenwichtig heeft behartigd.

Over de auteur

avatar

Bas Degelink

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *