«

»

Detacheringsbureaus pas op: verplicht pensioen?

Gedetacheerde werknemer is (soms) uitzendkracht!

Uitzendkrachten moeten deelnemen in pensioenfonds StiPP indien hun werkgever (het uitzendbureau) voor ten minste 50% van het jaarloon uitzendkrachten ter beschikking stelt aan opdrachtgevers. Het uitzendbureau moet daarvoor pensioenpremie betalen aan StiPP.

Werknemers die zijn gedetacheerd door een detacheringsbureau kunnen soms ook als zo’n uitzendkracht worden gezien. Het gevolg is dat het detacheringsbureau dan voor deze werknemers pensioenpremie moet betalen aan StiPP.

Niet alle detacheringsbureaus zullen zich dat beseffen. Immers, bij uitzendwerk denken veel mensen met name aan het uitzendbureau op de hoek van de straat. Met vacatures tegen het raam geplakt, waar werknemers op basis van tijdelijke contracten werken en worden ingezet als een onderneming tijdelijk extra personeel nodig heeft door drukte of ziekte. Maar zo beperkt is uitzendwerk dus niet.

Dat blijkt uit twee recente arresten van het Gerechtshof Amsterdam. In beide zaken ging het om een detacheringsbureau dat hoogopgeleid personeel (zorg en ICT) ter beschikking stelt aan opdrachtgevers. Het gedetacheerde personeel verricht werkzaamheden waarvan de opdrachtgever zelf geen kennis van zaken heeft. De totale loonsom van het detacheringsbureau bestond voor het grootste deel uit het loon voor de gedetacheerde werknemers. Volgens het Gerechtshof zijn deze gedetacheerde werknemers uitzendkrachten en moet het detacheringsbureau dus pensioenpremie betalen aan StiPP. Hoe zit dat?

Wat is een uitzendkracht?

De wet bepaalt dat sprake is van een uitzendkracht indien wordt voldaan aan de volgende vier voorwaarden:

  1. De werknemer is in dienst van een werkgever die als activiteit heeft het uitzenden van arbeidskrachten.
  2. De werknemer moet worden uitgezonden aan een opdrachtgever van de werkgever.
  3. Er moet een overeenkomst van opdracht zijn tussen de werkgever en de opdrachtgever over het uitzendwerk.
  4. Het werk van de werknemer gebeurt onder toezicht en leiding van de opdrachtgever.

Het zal duidelijk zijn dat veel detacheringsbureaus aan de eerste drie voorwaarden voldoen. De discussie in de twee zaken bij het Gerechtshof Amsterdam ging met name over voorwaarde 4 (“toezicht en leiding”). Volgens de detacheringsbureaus kunnen hun opdrachtgevers geen toezicht en leiding uitoefenen omdat hun gedetacheerde werknemers heel specialistisch werk doen waarvan de opdrachtgever zelf geen verstand heeft. Daar ging het Gerechtshof echter niet in mee. Volgens het Gerechtshof kan een opdrachtgever dan nog steeds toezicht en leiding uitoefenen, want daarvoor is geen inhoudelijke kennis over het werk nodig. Daarbij stond letterlijk in de overeenkomst van opdracht tussen het detacheringsbureau en de opdrachtgever dat de opdrachtgever de bevoegdheid had om toezicht en leiding uit te oefenen op de gedetacheerde werknemers. Kortom: het Gerechtshof was snel klaar met dat argument.

Karakter detachering vs. karakter uitzendwerk?

Een ander punt in de discussie was dat veel detacheringsbureaus een heel ander karakter hebben dan een klassiek uitzendbureau, waarbij vooral personeel wordt uitgezonden in gevallen van drukte en ziekte. Ook daarover is het Gerechtshof glashelder: nee, dat is geen relevant verschil, want zo’n soort voorwaarde stelt de wet niet aan het zijn van een uitzendkracht.

Conclusie

Een gedetacheerde werknemer, die aan bovenstaande vier voorwaarden voldoet, is volgens de wet een uitzendkracht. Het detacheringsbureau is dan verplicht om pensioenpremie te betalen aan pensioenfonds StiPP.

Over de auteur

avatar

Bas Degelink